
De maisvelden grensden zo'n beetje aan de woonwijk. Achter die velden lagen de tennisbanen en het zwembad. In de winter een wat kale vlakte en een prima plek om de honden uit te laten. Dus ik kwam er haast dagelijks. In de zomermaanden zaaide de boer over de gehele breedte en lengte -- ik heb totaal geen oog voor kubieke meters maar vond het gewoon veel -- de mais. En telkens weer ontstond er een pad, steeds op dezelfde plaats, dwars door het mais. Verwonderlijk en vermakelijk. Of ja, verwonderlijk eigenlijk niet, want het was altijd druk op het pad. Het was een ideale verbindingsroute. Ik leerde dat dergelijke paadjes 'olifantenpaadjes' worden genoemd. Leuk!

